reflecties op literatuur
reflecties op literatuur
9 februari 2026, 19u30
Jos Smolderenstraat 65
2000 Antwerpen
Li Qingzhao (1084 - ca. 1155)
Li Qingzhao geldt als de grootste dichteres van de Song-dynastie. Geboren in een familie van geleerden, kreeg zij een uitzonderlijke klassieke opleiding - hoogst ongebruikelijk voor vrouwen in het twaalfde-eeuwse China. Op zeventienjarige leeftijd werd haar werk al gewaardeerd in literaire kringen die normaal gesloten bleven voor vrouwen.
In 1101 trouwde zij met Zhao Mingcheng, een antiquair en epigraaf. Samen verzamelden zij kunstobjecten, oude inscripties en manuscripten. Elk behield daarbij hun eigen stem, hun eigen bijdrage. Het was geen confucianistisch huwelijk van onderdanigheid, maar een intellectueel partnerschap waarin beide partners autonoom functioneerden.
Haar leven wordt traditioneel in twee periodes verdeeld. De eerste (1084-1127) kenmerkte zich door literaire bloei en materiële welstand. De tweede periode begon met de Jurchen-invasie in 1127, die de Song-dynastie dwong zuidwaarts te vluchten. Li Qingzhao verloor haar echtgenoot (1729), haar kunstcollectie, haar sociale positie. Haar latere gedichten worden gekenmerkt door existentiële eenzaamheid en filosofische reflectie op verlies.
Van de ongeveer driehonderd gedichten die zij naar schatting schreef, overleefden er slechts vijftig tot zeventig. Veel van haar werk verdween door censuur en de chaos van de Mongoolse invasie. Toch bleef haar literaire reputatie zo stevig dat latere dynastieën haar werk koesterden als onvervangbaar cultureel erfgoed.
Het gedicht: 一剪梅 (Yi Jian Mei)
De titel betekent letterlijk "een afgeknipte tak van pruimenbloesem" - maar dit is ook de naam van de melodie (cipai) waarop het gedicht gezongen werd. In de ci-traditie, het lyrische genre van de Song-dynastie, schreven dichters nieuwe woorden voor bestaande melodieën.
Chinese tekst:
紅藕香殘玉簟秋,
輕解羅裳,
獨上蓮舟。
雲中誰寄錦書來,
雁字回時,
月滿西樓。
花自漂零水自流,
一種相思,
兩處閒愁。
此情無計可消除,
才下眉頭,
卻上心頭。
Een letterlijke benadering:
Rode lotus verwelkt, geur verdwijnt; herfst op het jade matje,
Licht opgetilde zijden kleren,
Alleen op de lotusboot.
Wie stuurt een liefdesbrief door de wolken?
Wanneer de ganzen terugkeren in formatie,
De maan vult de westelijke kamer.
Bloemen drijven natuurlijk weg, water stroomt natuurlijk,
Één soort verlangen,
Twee plaatsen van verdriet.
Dit gevoel kan door niets worden geëlimineerd,
Nauwelijks gedaald van de wenkbrauwen,
Klimt het al naar het hart.
Eerste lezing: De pruimenbloesem als organische verbondenheid
Eén manier om dit gedicht te lezen verbindt de titel met de centrale regels. "Een afgeknipte tak van pruimenbloesem" - een stek die elders kan wortelen. De beeldspraak opent dan een metafoor voor menselijke verbondenheid: twee wezens die ontstaan uit dezelfde moederplant, nu fysiek gescheiden, maar biologisch en spiritueel nog steeds één organisme.
In deze lezing wordt 一種 (yī zhǒng) niet alleen "één soort" maar ook "één plant" - wat de regel 一種相思,兩處閒愁 zou kunnen openen als: "In één plant bloeit het verlangen, op twee verschillende plaatsen staat het verdriet."
Deze interpretatie beschrijft verbondenheid die geen constante nabijheid vereist. Geen versmelting, geen opgaan in de ander. Stekken van dezelfde boom: elk met eigen wortels, eigen bloei, eigen groeirichting - maar onmiskenbaar voortkomend uit dezelfde bron.
"Laat de bloembladeren maar waaien en het water maar stromen" - externe omstandigheden kunnen veranderen, maar de organische verbondenheid blijft bestaan.
Dit geldt niet alleen voor romantische partners. Het patroon herhaalt zich in vriendschappen die geografische afstand overleven, in intellectuele verwantschappen die verschillende levenssferen omspannen, in alle vormen van verbondenheid die autonomie en eenheid combineren.
Tweede lezing: Één gevoel, twee plaatsen
Een meer letterlijke benadering van 一種相思,兩處閒愁 leest: "Één soort verlangen, twee plaatsen van verdriet."
Hier verschijnt geen plant, maar een eenvoudiger waarheid: twee mensen die hetzelfde voelen maar op verschillende plekken zijn. Het verlangen is identiek - het is van dezelfde soort, dezelfde intensiteit. Maar het wordt gevoeld in scheiding.
花自漂零水自流 - "bloemen drijven natuurlijk weg, water stroomt natuurlijk" - wordt dan geen metafoor voor organische eenheid, maar voor onvermijdelijkheid. Dingen gebeuren. Afstand ontstaat. Niet door keuze, maar door de loop van het leven.
Toch blijft de verbondenheid. Het gedicht benoemt geen oplossing, geen hereniging. Het benoemt alleen wat blijft aanwezig: dat gevoel dat zich niet laat elimineren door enkel voorwendsel.
此情無計可消除 - "dit gevoel kan door niets worden geëlimineerd" - geen sociale norm, geen rationele overweging, geen tijd of afstand maakt het gevoel minder waar.
De beweging van voorhoofd naar hart - 才下眉頭,卻上心頭 - toont hoe emotie buiten controle valt. Je kunt fronsen loslaten, maar het gevoel daalt alleen maar dieper.
Wat het gedicht verder opent
Tussen deze twee lezingen liggen andere beelden die vragen stellen:
De lotus die verwelkt aan het begin - vergankelijkheid, seizoenen, het natuurlijke verloop van bloei. Is dit troost of constatering?
De ganzen die terugkeren - in Chinese poëzie traditioneel boodschappers tussen geliefden. Maar hier staat: "wie stuurt een brief door de wolken?" De vraag blijft open. De communicatie is onzeker.
De maan die de westelijke kamer vult - het enige dat beide plaatsen verbindt. Dezelfde maan, verschillende kamers. Een gedeeld licht in gescheiden ruimtes.
De jade slaapmat waarop herfst ligt - kou, afwezigheid, een bed dat te groot is voor één persoon.
Het gedicht vertelt geen verhaal. Het stapelt beelden die samen een toestand beschrijven: twee mensen, gescheiden, verbonden, zonder oplossing.
Voor het salon
We lezen dit gedicht in verschillende vertalingen. We bekijken hoe elke vertaling andere betekenissen opent, andere mogelijkheden suggereert. We onderzoeken hoe interpretatie keuze is - geen waarheid die gevonden wordt, maar een lezing die gekozen wordt.
We vragen ons af:
Hoe verhouden verbondenheid en autonomie zich tot elkaar?
Kan scheiding bestaan zonder breuk?
Wat betekent het om hetzelfde te voelen op verschillende plekken?
Hoe beweegt gevoel dat zich niet laat elimineren?
Li Qingzhao's werk houdt deze vragen open. Zij beweert geen antwoorden. Zij beschrijft wat blijft, ook wanneer alles gezegd is.
De pruimenbloesem bloeit vroeg, in de kou, en verdwijnt snel. Binnen enkele dagen is zij voorbij. Tederheid als tijdelijkheid. Schoonheid die weigert te blijven.
Dat is wat we lezen. Dat is wat we bespreken.
9 februari 2026, 19u30
Jos Smolderenstraat 65
2000 Antwerpen