reflecties op literatuur
reflecties op literatuur
De corridor
Er wordt vaak gezegd dat het leven bestaat uit keuzes. Dat men kan afwegen, kan stoppen, kan terugkeren. Dat beeld veronderstelt ruimte. Soms is die ruimte er. Soms ook niet.
Er zijn situaties waarin men vooruitgaat zonder het gevoel te hebben te kiezen. Men handelt, spreekt, blijft functioneren. Niet omdat iemand expliciet dwingt, maar omdat blijven geen optie lijkt. De ruimte laat geen pauze toe. Terugkeren zou meer kosten dan doorgaan. Men gaat verder omdat de omstandigheden dat verlangen.
Wat men in zulke situaties doet, wordt later vaak een beslissing genoemd. Wat overleg wordt genoemd, blijkt achteraf aanpassing te zijn geweest. Niet omdat men niet nadacht, maar omdat de ruimte waarin men zich bewoog al was vernauwd. Die beperking zat niet alleen in het hoofd, maar ook buiten het individu.
Voor dit soort ervaringen kan men het woord corridor gebruiken. Het is een eigen benaming voor een ervaringsruimte waarin beweging mogelijk blijft, maar breedte verdwijnt. Men kan vooruit, maar nauwelijks zijwaarts. Men kan handelen, maar niet vrij schakelen.
Een corridor kan ontstaan door macht. Door structuren die bepalen wat aanvaardbaar is, wat gezegd kan worden, wat haalbaar blijft. Zonder open geweld en zonder expliciete bevelen, maar met duidelijke gevolgen. Wie afwijkt, verliest positie, bescherming of toegang. De doorgang blijft open, maar versmalt.
Een corridor kan ook ontstaan door extremisme. Wanneer denken zich organiseert rond één as, één waarheid, één vijand of één noodzaak. Dan verdwijnt nuance niet plots, maar geleidelijk. Wat eerst een voorkeur was, wordt een eis. Wat eerst een overtuiging was, wordt een grens. Men beweegt verder, maar alternatieven worden ondenkbaar.
En een corridor kan mentaal zijn. Niet als tekort of fout, maar als reactie. Wanneer spanning, angst, loyaliteit of uitputting maken dat men zich richt op wat haalbaar lijkt. Men blijft functioneren. Men rationaliseert. Men zegt tegen zichzelf dat dit nu eenmaal zo is. De geest past zich aan aan de smalle ruimte, omdat dat minder pijn doet dan stilstand.
In al deze gevallen is er geen volledige dwang en ook geen werkelijke vrijheid. Er is voortgang. Er is handelen. Maar de breedte is verdwenen. Alternatieven bestaan hooguit in taal, niet als reële mogelijkheden.
Pas achteraf verschijnt vaak het verhaal van keuze. Men zegt dat men gekozen heeft, dat men verantwoordelijk is, dat het ook anders had gekund. Dat verhaal schept orde. Het maakt aanspreekbaarheid mogelijk. Maar het dekt niet altijd hoe het voelde toen men zich in de corridor bevond.
De niet-gekozen weg verschijnt dan als gedachte. Als iets wat had kunnen bestaan. Als een andere mogelijkheid die pas zichtbaar wordt wanneer de doorgang zich al heeft gesloten.
Soms helpen teksten om zulke ervaringen te laten resoneren. Antonio Machado schrijft dat er geen weg is, dat de weg ontstaat terwijl men gaat. Dat opent een wereld zonder vooraf vastgelegde paden.
Robert Frost schrijft over twee wegen en over het verhaal dat later verteld zal worden. Hij laat zien hoe betekenis zich aandient, soms al terwijl men nog onderweg is.
Deze teksten verklaren de corridor niet. Ze raken iets aan dat ermee resoneert. Ze laten zien hoe gaan, denken en vertellen zich tot elkaar verhouden.
De corridor zelf blijft iets anders. Zij is geen metafoor voor een verkeerde keuze en geen excuus. Zij is een naam voor een ervaring waarin macht, extremen of mentale aanpassing de ruimte vernauwen terwijl het leven doorgaat.
Wat men daarin herkent, blijft open. Sommigen zullen er verantwoordelijkheid in lezen, anderen beperking, anderen aanpassing. De corridor legt niets vast. Zij maakt alleen zichtbaar dat voortgaan niet altijd kiezen is, en dat vrijheid soms verdwijnt zonder dat iemand haar expliciet afneemt.
