reflecties op literatuur
reflecties op literatuur
Deze tekst ontstond naar aanleiding van Salon Nieuw-Zuid, 18 december 2024, waar we Don Quichot bespraken. De vraag die sindsdien bezighoudt: wat gebeurt er wanneer iemand weigert het collectieve referentiekader te accepteren? En kan een systeem iemand straffen voor het zichtbaar maken van zijn eigen constructie?
Het is een literair-filosofische exercitie. Een poging om Cervantes' meesterwerk te laten spreken in een hedendaagse vorm.
SCHADEDOSSIER NR. 1605-Q
Betrokkenen:
- Verzekeringnemer: Don Quichot de la Mancha
- Derde-benadeelde: Molenaarscoöperatie van La Mancha
- Verzekeraar: Prudentia Seguros
- Getuige: Sancho Panza
EERSTE ZITTING – Het probleem van de feitelijkheid
Verzekeraar:
Meneer Quijano, op 23 juli heeft u schade toegebracht aan drie windmolens. Totale schade: 4.750 reales. U heeft een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering. Erkent u de feiten?
Don Quichot:
Ik erken dat er schade is.
Maar uw vraag veronderstelt al een antwoord.
"De feiten" - alsof die bestaan voorafgaand aan interpretatie.
Alsof werkelijkheid zich aandient zonder bemiddeling van taal, van zingeving, van het subject dat waarneemt.
U vraagt me iets te erkennen dat al is vertaald voordat het bij mij aankomt.
Verzekeraar:
Meneer, er stonden drie molens. Vier getuigen bevestigen dat.
Don Quichot:
Vier mensen zien molens.
Eén mens ziet reuzen.
U concludeert: de vier hebben gelijk.
Maar waarop baseert u dat?
Op aantal? Op consensus?
Vier mensen zagen ooit dat de zon om de aarde draaide. De meerderheid heeft niet altijd gelijk over wat werkelijk is, alleen over wat collectief wordt erkend.
Uw "feiten" zijn al een interpretatie.
Een interpretatie die u voor werkelijkheid aanziet omdat voldoende anderen haar delen.
Verzekeraar:
Dit is sofisterij. De molens staan er. Objectief.
Don Quichot:
"Objectief."
Interessant woord.
U bedoelt: losgemaakt van het subject.
Maar wat weet u van molens dat niet door een subject is waargenomen?
U heeft ze gezien - door uw ogen, door uw categorieën.
Anderen hebben ze gezien - door hun perspectieven.
Er is geen toegang tot de molen an sich.
Alleen tot de molen zoals die verschijnt binnen een referentiekader.
Ik kies een ander referentiekader.
Niet omdat het "juister" is.
Maar omdat het mijn project mogelijk maakt.
Verzekeraar:
Maar de schade is toegebracht aan molens!
Don Quichot:
Toegegeven.
Maar hier zit de interessante vraag:
Wie heeft die schade toegebracht?
Alonso Quijano of Don Quichot de la Mancha?
Verzekeraar:
Dat is toch dezelfde persoon?
Don Quichot:
Is het?
Laat me uw eigen polis citeren.
Artikel 1: "Verzekeringnemer is de ridder Don Quichot de la Mancha, handelend in die hoedanigheid, geboren te La Mancha op onbekende datum, wonende in het ridderlijke ethos."
U heeft acht jaar premie geïnd onder die naam.
U heeft contractueel erkend dat die hoedanigheid bestaat.
U heeft zelfs een speciaal tarief gehanteerd voor wat u noemde "heroïsche beroepsgroepen" - ridders, pelgrims, kruisvaarders.
Nu komt u mij vertellen dat ik "eigenlijk" Alonso Quijano ben?
Dat ridders niet bestaan?
Dan heeft u acht jaar lang premie geïnd voor een fictie.
Dan was uw contract van meet af aan nietig.
En dan wil ik restitutie. Met rente.
Verzekeraar:
Dat was... administratief. Een handelsnaam.
Don Quichot:
Nee.
Het was een ontologische erkenning.
U verzekert rechtspersonen.
Vennootschappen die geen lichaam hebben, geen bewustzijn, geen intentie.
Toch kunnen ze aansprakelijk zijn, contracteren, premie betalen.
Waarom?
Omdat het recht - en daaraan gekoppeld, de verzekering - ficties erkent wanneer die ficties productief zijn.
Prudentia Seguros is zelf zo'n fictie.
Een naam op papier, een kantoor, een verhaal over zekerheid.
Zeer winstgevend, moet ik zeggen.
Het verschil tussen uw fictie en de mijne is niet dat de ene echt is en de andere vals.
Het verschil is dat de uwe collectief wordt gedeeld en de mijne singulier is.
Maar beide zijn contractueel bindend zodra er premie is betaald.
Verzekeraar:
Goed. Goed.
Stel dat ik de contractuele vorm aanvaard.
Dan blijft de vraag: vielen de reuzen onder het verzekerde risico?
Don Quichot:
Artikel 3, lid 2 van uw eigen polisvoorwaarden:
"Verzekerd zijn schades voortvloeiend uit ridderlijke activiteiten, waaronder begrepen maar niet beperkt tot: het bestrijden van vijanden, het beschermen van weerlosen, het herstellen van onrecht, het uitvoeren van avonturen ter bevordering van het algemeen goed."
Reuzen zijn vijanden.
Ik heb ze bestreden.
Binnen de voorwaarden van uw eigen document.
Verzekeraar:
Maar het waren geen reuzen!
Don Quichot:
Volgens wiens epistemologie?
Verzekeraar:
Volgens de werkelijkheid!
Don Quichot:
U bedoelt: volgens de heersende interpretatie van de werkelijkheid.
Laat me u iets vragen.
Stel: ik val iemand aan die ik voor een struikrover houd.
Achteraf blijkt het een koopman te zijn geweest.
Zou u dan dekking verlenen?
Verzekeraar:
Als u te goeder trouw was - ja.
Don Quichot:
"Te goeder trouw."
Mooi.
Dat betekent: als ik werkelijk, oprecht, zonder opzet tot misleiding geloofde dat het een struikrover was - ook al was het objectief een koopman - dan dekt u de schade.
U erkent dus dat subjectieve waarneming rechtsgeldig kan zijn, ook wanneer die afwijkt van objectieve feitelijkheid.
Welnu.
Ik geloofde werkelijk, oprecht, zonder voorbehoud dat het reuzen waren.
Te goeder trouw binnen mijn eigen waarnemingskader.
Dus u moet dekken.
Verzekeraar:
Maar een struikrover en een koopman zijn allebei mensen!
Dat is een vergissing binnen dezelfde categorie!
Reuzen bestaan helemaal niet!
Don Quichot:
"Struikrover" bestaat ook niet als natuurcategorie.
Het is een normatieve kwalificatie die we toekennen aan bepaald gedrag.
Niemand is ontologisch een struikrover.
Men wordt zo genoemd binnen een normatief systeem.
Zo ook met "reus."
Binnen mijn normatief systeem - het ridderlijke - zijn bepaalde verschijnselen "reuzen."
Grote, bewegende, potentieel vijandige structuren.
Dat anderen ze "molens" noemen binnen hun economisch-technisch systeem, doet niets af aan de geldigheid van mijn kwalificatie binnen mijn systeem.
En uw polis verzekert handelingen binnen mijn systeem.
Verzekeraar:
Dit is krankzinnig.
Don Quichot:
Nee.
Dit is fenomenologisch consistent.
Wat u krankzinnig vindt, is dat ik weiger mijn referentiekader op te geven voor het uwe.
Dat ik niet capituleer voor de hegemonie van de collectieve interpretatie.
Maar autonomie - de vrijheid om je eigen betekeniskader te kiezen - is precies wat mij mens maakt.
Sartre zou zeggen: ik ben veroordeeld tot vrijheid.
Ik voeg eraan toe: en dus ook veroordeeld tot de consequenties van die vrijheid.
Inclusief molenschade.
TWEEDE ZITTING – Reflexiviteit en mauvaise foi
Verzekeraar:
Ik heb navorsingen gedaan.
In wat u "het tweede deel van mijn leven" noemt - anderen noemen het "Deel II van de roman" - daar wordt u zich bewust van de discrepantie tussen uw waarneming en die van anderen.
U ziet de boerinnen.
U weet dat Sancho liegt wanneer hij zegt dat het Dulcinea is.
U voelt de kloof.
En dan introduceert u het begrip "betovering."
Dat is geen goede trouw meer.
Dat is bewuste zelfmisleiding.
Artikel 12 van onze algemene voorwaarden: uitsluitingsgrond bij opzet of kwade trouw.
Don Quichot:
Ah.
De betoveringsscène.
U heeft goed gelezen.
Beter dan de meeste critici, moet ik zeggen.
Ja, ik zie de boerinnen.
Drie gewone vrouwen op ezels, op weg naar de markt.
Ja, ik weet dat Sancho liegt - uit wanhoop, uit medelijden, uit iets dat op vriendschap lijkt.
Ja, ik voel de immense, ondraaglijke kloof tussen wat ik zie en wat ik moet blijven zien om te kunnen blijven bestaan.
En dan - inderdaad - kies ik de betovering.
Maar dat is geen mauvaise foi.
Dat is reflexieve trouw.
Verzekeraar:
U bedriegt uzelf!
Don Quichot:
Nee.
Laat me het verschil uitleggen.
Sartre onderscheidt tussen:
- Niet weten (naïviteit)
- Weten en doen alsof je niet weet (mauvaise foi)
- Weten en toch kiezen (authenticiteit)
Een kind gelooft in Sinterklaas zonder te weten dat hij niet bestaat.
Dat is naïviteit. Onschuld. Eerste orde geloof.
Een cynicus weet dat Sinterklaas niet bestaat en weigert het spel te spelen.
Dat is gebroken engagement. Nihilisme na inzicht.
Een wijze ouder weet dat Sinterklaas niet bestaat en speelt het spel toch - bewust, voor het kind, uit trouw aan de magie die nog even mogelijk moet blijven.
Dat is tweede orde engagement. Bewuste trouw aan een vruchtbare fictie.
Ik ben de derde soort.
Ik zie de boerinnen.
Ik erken de discrepantie.
En ik kies - transparant, zonder mezelf te misleiden - voor de interpretatie die mijn project levend houdt.
Ik zeg tegen Sancho: "Ze is betoverd."
Niet: "Ik zie haar niet."
Niet: "Er zijn geen boerinnen."
Ik erken wat ik zie en voeg er een laag aan toe.
Een hermeneutische laag die de kloof overbrugt zonder de feiten te ontkennen.
Dat is geen bedrog.
Dat is bewuste constructie.
Verzekeraar:
U speelt met woorden!
Don Quichot:
Nee.
Ik maak onderscheidingen die ertoe doen.
Het verschil tussen naïef geloven en reflexief kiezen is het verschil tussen kind zijn en volwassen worden zonder de capaciteit tot verbeelding te verliezen.
Kierkegaard zou het de sprong noemen.
Niet: jezelf misleiden dat er geen afgrond is.
Maar: de afgrond zien en toch springen, uit trouw aan wat aan de overkant wacht.
Verzekeraar:
En wat wacht er aan de overkant?
Don Quichot:
Betekenis.
Zonder Dulcinea is mijn ridderschap zinloos.
Zonder ideaal is er geen richting.
Zonder horizon is er geen reis.
Dulcinea is een regulatief idee - Kant zou het begrijpen.
Niet constitutief. Ze schept geen werkelijkheid.
Maar regulatief. Ze oriënteert mijn handelen.
En ja, ik weet dat ze niet empirisch bestaat.
Net zoals u weet dat "zekerheid" niet empirisch bestaat.
Toch verkoopt u het.
U noemt uzelf Prudentia - wijsheid, voorzichtigheid, zekerheid.
U suggereert dat de toekomst beheersbaar is door statistiek en premie.
Dat is uw betovering.
Uw noodzakelijke fictie.
Want als mensen werkelijk beseften hoe radicaal onzeker de toekomst is - hoeveel er kan instorten, kan veranderen, kan verdwijnen zonder waarschuwing - zou niemand nog opstaan.
U verkoopt de illusie van controle.
Ik leef de illusie van ridderlijkheid.
Beide zijn ficties.
Het verschil is dat ik eerlijk ben over de mijne.
Verzekeraar:
(stilte)
U vergelijkt ons bedrijf met uw waanzin?
Don Quichot:
Ik vergelijk twee manieren om met contingentie om te gaan.
U probeert haar te berekenen.
Ik probeer haar te transformeren in avontuur.
Beiden weten we dat het niet volledig kan.
Maar beiden doen we alsof - omdat het alternatief ondraaglijk is.
Verzekeraar:
(bladert nerveus)
Goed. Laten we het dan over Dulcinea hebben.
We hebben mejuffrouw Aldonza Lorenzo uit El Toboso gecontacteerd.
Don Quichot:
(wordt volkomen stil)
Verzekeraar:
Ze overweegt een claim wegens immateriële schade.
U heeft haar - zonder toestemming, zonder overleg - getransformeerd in "Dulcinea del Toboso."
Mensen in haar dorp identificeren haar nu met uw fantasie.
Ze wordt niet meer gezien als wie ze is, maar als wie u wilde dat ze was.
Dat is inbreuk op persoonlijkheidsrechten.
Identiteitsmisbruik.
Reputatieschade.
Valt dat onder uw dekking?
Don Quichot:
(zeer lange stilte)
Ze heeft gelijk.
Verzekeraar:
Pardon?
Don Quichot:
Mejuffrouw Lorenzo heeft volkomen gelijk.
En dit is misschien het moment waarop mijn hele filosofische constructie - hoe consistent ook - faalt aan de werkelijkheid van de Ander.
Verzekeraar:
Ik... luister.
Don Quichot:
Ik heb een ideaal gebouwd.
Een noodzakelijk ideaal, zeg ik nog steeds.
Maar ik heb dat ideaal gebouwd op het lichaam van een vrouw die ik nooit heb gesproken.
Ik heb Aldonza Lorenzo - een werkelijk persoon, met een eigen leven, eigen dromen, eigen stem - gereduceerd tot grondstof voor mijn project.
Ik heb haar gezicht niet gezien.
Alleen mijn eigen spiegeling.
Levinas zou zeggen: het gelaat van de Ander roept mij, nog voordat ik mijn project kan ontwerpen.
De verantwoordelijkheid is ouder dan de vrijheid.
Maar ik heb die roep niet gehoord.
Ik was te druk bezig met construeren.
Verzekeraar:
U erkent dus schuld?
Don Quichot:
Ik erken iets diepers dan schuld.
Schuld veronderstelt een overtreding binnen een systeem.
Wat ik erken is dat mijn systeem - hoe mooi, hoe coherent, hoe existentieel noodzakelijk ook - geweld heeft gedaan aan iemand die buiten dat systeem stond.
Dulcinea was mijn ideaal.
Maar Aldonza was haar eigen werkelijkheid.
En ik heb die werkelijkheid overschaduwd met mijn droom.
Verzekeraar:
En nu?
Don Quichot:
Nu begrijp ik wat Sancho probeerde te zeggen in de betoveringsscène.
Hij wees naar de boerinnen - naar de werkelijke vrouwen - en zei: kijk.
Niet: "Daar is Dulcinea."
Maar: "Daar zijn mensen die niet jouw projectie zijn."
Ik koos de betovering.
Ik bleef vasthouden aan mijn constructie.
Maar misschien... misschien was dat het moment waarop ik had moeten loslaten.
Niet mijn hele project.
Niet mijn ridderschap.
Maar dit specifieke ideaal dat gebouwd was op het lichaam van de Ander zonder haar stem.
Verzekeraar:
Dus Dulcinea moet sterven?
Don Quichot:
Dulcinea als projectie op Aldonza moet sterven.
Zodat Aldonza kan leven.
Maar het verlangen naar het ideaal - dat kan blijven.
Alleen niet meer geïncarneerd in iemand die het niet heeft gekozen.
Verzekeraar:
Dit is... onverwacht eerlijk.
Don Quichot:
Reflexiviteit kan pijnlijk zijn.
Je kunt je systeem ont(k)leden en concluderen dat het intern consistent is.
En dan toch ontdekken dat het extern geweld heeft gedaan.
Dat is de grens van alle solipsistische projecten.
Ze kunnen coherent zijn binnen zichzelf.
Maar ze botsen op de Ander die buiten het systeem staat en toch door het systeem wordt geraakt.
Verzekeraar:
En verzekeringsteechnisch?
Don Quichot:
Artikel 5 van uw voorwaarden:
"Verzekerd zijn schades aan derden voortvloeiend uit gedekte activiteiten, mits zonder opzet tot benadeling."
Het construeren van Dulcinea was een ridderlijke activiteit.
Ik had geen opzet tot benadeling - integendeel, ik wilde verheerlijken.
Maar verheerlijking zonder consent is ook een vorm van geweld.
Dat zie ik nu.
U moet mejuffrouw Lorenzo compenseren voor de schade die mijn droom aan haar werkelijkheid heeft toegebracht.
En ik zal haar mijn excuses aanbieden.
Niet omdat mijn fictie vals was binnen haar eigen logica.
Maar omdat die logica te smal was om de Ander ruimte te geven.
DERDE ZITTING – Sancho en de vraag naar waarheid
Verzekeraar:
Er is nog een claim.
Van uw voormalige metgezel, Sancho Panza.
Hij claimt dekking onder een ongevallenverzekering voor letsel opgelopen tijdens uw gezamenlijke... avonturen.
Don Quichot:
Dat is terecht.
Verzekeraar:
Maar was er wel een verzekerbare relatie?
Er was geen formeel contract.
Geen schriftelijke afspraken.
Geen regelmatige betaling.
Alleen een belofte - zo blijkt uit de documenten - van "een eiland om te besturen."
Don Quichot:
Een belofte die ik heb nagekomen.
Verzekeraar:
Pardon?
Meneer, volgens onze informatie heeft de heer Panza nooit een eiland ontvangen.
Don Quichot:
Volgens uw informatie.
Maar Sancho heeft wel degelijk een eiland bestuurd.
Het heette Barataria.
Verzekeraar:
(bladert door papieren)
Barataria was een dorp.
Een landgoed van een hertog die, uit... amusement, Sancho tijdelijk heeft laten "besturen" als onderdeel van een uitgebreide grap.
Het was theater.
Het was geen echt eiland.
Don Quichot:
Wat is een "echt" eiland?
Verzekeraar:
Een stuk land, omringd door water!
Don Quichot:
En als dat stuk land omringd wordt door onbegrip in plaats van door water - is het dan minder geïsoleerd?
Barataria was misschien geografisch geen eiland.
Maar bestuurlijk was het dat wel.
Sancho was daar alleen.
Omringd door mensen die hem niet begrepen, die hem onderschatten, die dachten dat een boer geen wijsheid kon hebben.
En toch oordeelde hij.
Met rechtvaardigheid.
Met gezond verstand.
Met een menselijkheid die de meeste echte gouverneurs ontberen.
Verzekeraar:
Maar hij wist dat het een grap was!
Sancho:
(die tot nu toe zwijgend heeft toegekeken)
Mag ik spreken?
Don Quichot:
Altijd, vriend.
Sancho:
In het begin wist ik het niet.
Ik dacht: molens zijn gewoon molens.
Herbergen zijn gewoon herbergen.
En mijn meester is een oude man die te veel heeft gelezen.
Maar gaandeweg...
Gaandeweg begreep ik dat hij iets zag dat ik niet zag.
Niet dat de molens reuzen waren.
Maar dat de wereld meer is dan wat je ziet wanneer je alleen maar kijkt.
Verzekeraar:
Dat is zweverig gepraat.
Sancho:
Is het?
Toen ik "gouverneur" werd - en ja, ik wist dat de hertog het een grap vond -
toen gebeurde er iets vreemds.
Mensen kwamen naar me toe met hun geschillen.
En ik moest oordelen.
En ik merkte: het maakte niet uit of het "echt" was volgens de hertog.
Want de mensen hadden echte problemen.
En mijn oordelen hadden echte gevolgen.
Een man had zijn buurman bedrogen.
Ik verplichtte hem tot restitutie.
Was dat minder echt omdat het in een "vals" eiland gebeurde?
Een vrouw was verkracht.
Ik dwong de dader tot genoegdoening.
Was haar lijden minder echt omdat het podium een grap was?
Verzekeraar:
Dat is...
Sancho:
De hertog dacht dat hij toneel regisseerde.
Maar ik leefde het.
En de mensen die ik hielp - die leefden het ook.
Toen ik terugkwam naar mijn dorp en vertelde wat ik had gedaan, geloofden mijn buren me niet.
"Sancho, jij bent maar een boer. Je bent geen gouverneur geweest."
Maar ik was gouverneur geweest.
Ik had bestuurd.
Ik had geoordeeld.
Ik had macht gehad en die rechtvaardig gebruikt.
Dat niemand in mijn dorp het geloofde, maakte mijn ervaring niet onwaar.
Net zoals niemand geloofde dat Don Quichot ridder was.
Maar hij was het wel.
Omdat hij ervoor koos.
Omdat hij ernaar leefde.
Omdat hij trouw bleef aan dat beeld, ook toen de hele wereld zei dat het vals was.
Don Quichot:
(zeer stil)
Sancho...
Sancho:
U leerde me dat werkelijkheid niet alleen is wat je ziet.
Dat er verschillende lagen zijn.
De hertog zag een grap.
Ik ervoer een ambt.
De mensen die ik hielp ervoeren gerechtigheid.
Welke laag is "echt"?
Verzekeraar:
De objectieve!
Sancho:
En welke is dat?
Die van de hertog, die macht had?
Die van mij, die het leefde?
Die van de mensen, die de consequenties ondervonden?
Don Quichot:
Dit is de vraag die ik al die jaren probeer te stellen.
Niet: "Zijn molens reuzen?"
Maar: "Wie bepaalt wat iets is?"
En het antwoord is niet simpel.
Het is niet: de meerderheid bepaalt het.
Het is niet: de machthebber bepaalt het.
Het is ook niet: het individu bepaalt het alleen.
Het is: betekenis ontstaat in de spanning tussen al die perspectieven.
En soms - soms - moet één persoon in die spanning blijven staan en weigeren zijn perspectief op te geven.
Niet omdat hij gelijk heeft.
Maar omdat zijn perspectief een waarde draagt die anders verloren gaat.
Verzekeraar:
En die waarde is?
Sancho:
Dat een boer gouverneur kan zijn.
Dat een oude man ridder kan zijn.
Dat wat de wereld "waanzin" noemt soms wijzer is dan wat de wereld "verstand" noemt.
Don Quichot:
Sancho heeft gewerkt.
Hij heeft zich ingezet.
Hij is gewond geraakt - kijk naar de littekens.
En hij heeft dat gedaan binnen een systeem dat u contractueel heeft erkend door mijn polis te aanvaarden.
U kunt niet zeggen: het eiland was vals, maar het letsel is echt.
U kunt niet zeggen: de belofte was bedrog, maar de verwonding is verzekerd.
Ofwel erkent u het hele systeem - dan moet u dekken.
Ofwel verwerpt u het hele systeem - dan was uw contract vanaf het begin nietig.
Beide kan niet.
Verzekeraar:
(lange stilte)
Ik moet... overleggen met mijn directie.
Don Quichot:
Doet u dat.
En denk ondertussen eens na:
Hoeveel van wat u "werkelijkheid" noemt, is zelf ook constructie?
Uw bedrijf: een juridische fictie.
Uw contracten: teksten die doen alsof ze zekerheid bieden.
Uw actuariële tabellen: extrapolaties die doen alsof het verleden de toekomst voorspelt.
Uw hele business model: de suggestie dat contingentie beheersbaar is.
Het enige verschil tussen mijn constructies en de uwe is dat de mijne transparent zijn over hun gemaaktheid.
Ik noem mezelf ridder wetende dat het ridderschap is gestorven.
U noemt uzelf zekerheid wetende dat zekerheid niet bestaat.
We zijn allebei fictie.
Maar tenminste is de mijne mooi.
En eerlijk.

Brief van Prudentia Seguros aan Don Quichot de la Mancha:
Geachte heer,
Na langdurig intern beraad, filosofische consultatie (!) en herlezing van onze polisvoorwaarden, hebben wij besloten:
Dekking te verlenen voor de schade aan de windmolens van de Molenaarscoöperatie (4.750 reales), onder voorwaarde dat u een cursus "Hermeneutiek voor Praktijkmensen" volgt.
Vergoeding te betalen aan mejuffrouw Aldonza Lorenzo voor immateriële schade (2.000 reales) en uw schriftelijke excuses door te geven.
Ongevallenverzekering uit te keren aan de heer Sancho Panza (1.500 reales) voor letsel opgelopen tijdens "bestuurlijke werkzaamheden op het eiland Barataria, geografisch een dorp, existentieel een ambt."
Uw premie wordt verhoogd met 40%.
We merken op dat dit het filosofisch meest uitdagende dossier is geweest in de 200-jarige geschiedenis van ons bedrijf. Een aantal van onze actuarissen heeft na lezing van uw betogen ontslag genomen. Ze zijn een boekwinkel begonnen.
Met respect (en enige verwondering),
Prudentia Seguros
Afdeling Bijzondere Risico's
Antwoord van Don Quichot de la Mancha:
Geachte Prudentia,
Ik aanvaard uw voorwaarden.
Maar ik wijs de cursus "Hermeneutiek" vriendelijk af.
Niet omdat ik haar niet nodig heb - integendeel.
Maar omdat het grootste gevaar niet is: verkeerd interpreteren.
Het grootste gevaar is: ophouden te interpreteren en doen alsof de wereld zichzelf verklaart.
Ik zal mijn premie betalen.
En ik zal elke ochtend blijven kiezen wie ik ben.
Want zonder die keuze is er geen verzekering tegen het grootste risico van allemaal: een leven zonder betekenis.
Votre dévoué,
Don Quichot de la Mancha
PS. - Mocht u ooit twijfelen aan wat u verzekert - zekerheid of illusie - dan sta ik tot uw beschikking. Ik ken beide kanten van die vraag.
